“Hoe kan je nu ziek worden van verveling? Ik begrijp het echt niet. Dan doe je toch gewoon wat anders!!!”

Ik zou er maar best aan wennen want ik ga mijn verhaal nog duizend keer vertellen en dus nog minstens even zoveel keer deze reactie voorgeschoteld krijgen. En die komt binnen. Nog steeds. Zij het tegenwoordig voor het overgrote deel omdat ik me zorgen maak om al die mensen die zich bij een lezing, een voordracht of een workshop in mijn verhaal herkennen, vanbinnen stilletjes huilen en niet alleen dan maar constant met dit soort uitspraken geconfronteerd worden.

Lieve mensen met op dit moment een grote portie onbegrip: Als je in een bore-out zit heb je die kritiek, dat ongeloof, het onbegrip van anderen écht niet nodig. Je gelooft immers zelf amper dat je ziek kan worden van verveling. Het is net het niet willen, kunnen of dúrven toegeven aan jezelf dàt het zo is, dat je ervan weerhoudt om de cruciale stap naar herstel te zetten. De stap van erkenning. En als anderen hier zo fel over oordelen, dan wordt dat alleen nog maar moeilijker. Daarom wil ik jullie vragen, in naam van iedereen die zich in mijn bore-out verhaal herkent, zou het misschien mogelijk zijn om naast dat ongeloof ook een beetje begrip te tonen voor mensen die de wereld heel anders ervaren als jij? Zou je misschien kunnen aangeven “Goh, weet je, ik herken dit echt helemaal niet in mijn leven, maar als ik jouw verhaal zo hoor… dan lijkt het me wel ernstig en dan hoop ik dat je gauw een manier vindt om weer beter te worden.”

Want het is helemaal prima om het een heel erg gek idee te vinden dat je ziek kan worden van verveling en dat ‘je daar dan zó lang in blijft zitten’. Het is vooral een blijk aan interesse om het wel of beter te willen begrijpen en een blijk van empathie die voor mij het verschil maken tussen een snijdend oordeel en de mogelijkheid tot een open gesprek. Want pràten over wat er zich aan de binnenkant allemaal afspeelt is mijn eerste advies voor mensen met een bore-out. (Eigenlijk voor alle mensen.)

Daarom wil ik jullie, lieve mensen voorlopig nog vol onbegrip, ook vragen: “Wat maakt dat je de nood voelt de woorden bij het begin van dit artikel zo stellig uit te spreken? Wat heb jij nodig in dit verhaal?”

 

Frouke