Geluktsmomentfilosofie

Ja, ik weet het, dat woord bestaat niet. Tien op de schaal van geluk bestaat volgens mij ook niet en ik had zin daar even over te filosoferen. Vandaar. Ik vind het namelijk ontzettend zonde dat professor Lieven Annemans een leerstoel heeft gekregen aan de universiteit van Gent om onderzoek te doen naar geluk. Niet dat ik hem ’t niet gun, laat me dat nuanceren. Ik vind het zonde dat hij als doel heeft ‘het gemiddelde geluk bij de Belgen op te krikken a.h.v. een geluksschaal’, zoals hij gisteren vertelde bij Van Gils & gasten, ‘van 0 tot 10.’ Die 10 is natuurlijk het streefdoel. Heb je ‘maar’ een 5 dan is er iets niet goed met jou. En dan moet er een gelukswerker aangesteld worden. (Dat laatste verzin ik er ook maar even bij. Fantaseren maakt me namelijk gelukkig, zie je?)

Tien willen we zien

Tien als streefdoel dus. Er is in se niks mis met streefdoelen. Het hangt er maar vanaf hoe je ze gebruikt. Eén van mijn sterkste KernTalenten is competitiviteit tegen mezelf waardoor ik geneigd ben mijn eigen prestaties te meten en steeds te proberen beter (of sneller, of efficiënter) te doen. Ik geniet daarvan, op voorwaarde dat ik mijn eigen doelen mag stellen en zelf kan bepalen waar ik mijn tijd en energie wil in stoppen. Dat hangt dan weer samen met andere sterke KernTalenten. Maar nu staat die 10 daar op de schaal van geluk dus te blinken, als (enige) streefdoel.

Ben je gelukkig?

Ik kan daar niet op antwoorden. Ja zou niet helemaal waar zijn en nee klopt ook niet. Wanneer bedoel je? Nu. Gisteren. Vanochtend. Vijf minuten geleden? Heb ik gelukkige momenten? Ja. Hoever ik met die geluksmomentgevoelens zou kunnen lopen op de tevredenheidsmeter weet ik niet. Want het ene moment voel ik me een beetje gelukkig (zou dat een 7 zijn?) en dan nog wel een hele dag! Soms heel erg intens gelukkig (dat kan niet anders dan een 9 zijn!) gedurende de volle 5 seconden… Het andere moment daalt mijn geluksmeter tot aardig onder het vriespunt. Dat wisselt dus nogal. Lekker Belgisch, vind je niet? Schuif mij die vragenlijst twintig keer onder mijn neus en er komt wellicht twintig keer iets anders uit. Vrij zeker komt er nooit een gemiddelde van 10 uit. Wat een tegenvaller is voor een strever als ik… Deze keer wil ik het dus niet weten. Ik wil niet vergelijken. Ik wil geen gemiddeldes maken van mijn gevoelens.

Dat heet dan gelukkig zijn

Oké, ik zet het hier wat karikaturaal neer. Dat komt omdat ik geluk niet zie als een staat van ‘zijn’. Je bent niet wat je voelt, toch? Voor mij zit geluk in het feit dat ik me ook echt diep zwart-sh*t ongelukkig k*t mag voelen en daar enige tijd later naar kan kijken en kan zeggen: ‘Amai, wat was me dat… Gelukkig regent het vandaag niet binnen.’

Geluk betekent voor mij heel diep zitten en dat kunnen zien, als een toeschouwer, zonder ermee samen te vallen (zoals in de tekening is weergegeven). Of beseffen how flying high ik bezig ben en dat dat elk moment weer kan kantelen (in 2016 tot twee keer toe zelfs met een botsing). Weten dat na elke flow-periode weer een dal komt. Net als in natuur, mind you, daar gaat alles op en neer, heen en weer, naar buiten en naar binnen. Geluk is beseffen dat elk dal mooie lessen op kan leveren als ik wil. Of helemaal niets, als ik dat wil. Of gewoon aanvaarden dat ik soms niets te willen heb (ja, da’s best een taaie uitdaging hier). Of kijken naar dat kleine ini mini dingetje waar ik op zo’n rotdag toch dankbaar voor kan zijn. Geluk zit voor mij niet in het aantal dingen waarvoor ik dankbaar ben, wel in het vermogen die momenten waarvoor ik dankbaar ben op te merken. (Ook al gaat het om die 5 seconden!) Gelukkig zijn is ook mezelf ongelukkig ‘kunnen’ voelen. Misschien komt dat omdat er een tijd is geweest waarin ik (bijna) niets meer voelde. Of het amper nog registreerde.

Ach, er werden al kilometers boeken aan het thema versleten. Meten is weten? Van meet af aan werd duidelijk dat geluk meten geen sinecure is. Volgens mij laat geluk zich alleen maar voelen. Misschien is geluk wel net zo koppig en eigen-wijs als ik 😉

Frouke