Wat kan je als werkgever doen bij iemand die (in stilte) lijdt onder een bore-out?

//Wat kan je als werkgever doen bij iemand die (in stilte) lijdt onder een bore-out?

Wat kan je als werkgever doen bij iemand die (in stilte) lijdt onder een bore-out?

Eén van de vragen gisteren bij mijn voordracht over bore-out bij Coach Café Leuven. Niet simpel, want het gaat hier volgens mij niet om een éénmalige actie (= doen) en klaar is kees.

Eerst even beginnen bij het begin. Wat is een bore-out? Daar bestaat (nog) geen definitie voor, maar in de literatuur wordt ‘verveling’ als volgt omschreven:

“een verveeld persoon wenst maar is niet in staat om betrokken te raken in een activiteit die voldoening schenkt.”

Hierin zijn 3 factoren in het spel: de situatie, de persoon en de interactie tussen beide.

Een bore-out ontstaat wanneer deze verveling chronisch wordt, hetzij omdat de situatie niet verandert (en hiervoor stellen we vaak de werkgever (terecht/onterecht?) verantwoordelijk), hetzij omdat de persoon in kwestie niet in staat is om zich aan die situatie te onttrekken of er op een andere manier mee om te gaan zodat hij/zij er niet nadelig door wordt beïnvloed (fysiek, mentaal, psychologisch of emotioneel). Hiervoor is de persoon -volgens mij- zelf verantwoordelijk. En ja…dat kan lastig en confronterend zijn om dat te erkennen. Gevolg is in elk geval dat de persoon prikkels van slechte kwaliteit (weinig zinvol, buiten je interesseveld) en intensiteit (te weinig of teveel) blijft ontvangen en diens stressniveaus hoog blijven (ook al heeft ie niets om handen -dat lijkt contradictorisch maar dat is het niet, meer details in mijn boek Vechten tegen Verveling). Welke prikkels voor iemand van goede kwaliteit en/of intensiteit zijn, is natuurlijk verschillend van persoon tot persoon. De vraag is nu in hoeverre je als werkgever in staat moet zijn in te schatten welke prikkels voor de persoon in kwestie op de werkvloer als prettig ervaren worden.

Wat kan je als werkgever doen bij iemand die (in stilte) lijdt onder een bore-out?

Het gaat erom een klimaat creëren waarin het helemaal oké is om te praten over (wisselende) behoeften, ervan uitgaande dat ieder voor zich daar ten volle van bewust is. Een klimaat waarin het oké is om dat masker af te zetten. En dat is, denk ik, waar het schoentje knelt, maar waar meteen ook de oplossing ligt.

Klimaat dus. En wie moet dat creëren? Sommigen vinden: de werkgever. Maar wie is dat, ‘de werkgever’? Is dat de grote baas, de onderbaas, de directe chef, de coördinator?

 

 

 

 

Als je met één vinger naar een ander wijst, wijzen er nog steeds drie naar jezelf.

‘Wij’ moeten dat klimaat creëren! Wie is ‘wij’? Ja jij. En jij. En ik. Vooral ik. Wij allemaal kunnen dat klimaat creëren, niet alleen op de werkvloer, maar ook thuis, in de supermarkt, op café. Hoe dan?

Door enerzijds verantwoordelijkheid te nemen bij onszelf te onderzoeken wat onze behoeften precies zijn en daar zelf of in samenspraak een passende strategie bij te zoeken. Anderzijds door (echt) te luisteren. Hé, wat is het exact dat die ander nodig heeft en kan/wil ik daar mijn steentje aan bijdragen? Het maakt daarbij niet uit of je werkgever, leidinggevende, collega, vader, moeder, zus, broer, vriend, vriendin bent.

Als ik destijds (toen ik zelf midden in een zware bore-out zat) mijn eigen behoeften had gekend, dan had ik meer kunnen zeggen dan ‘ik verveel me’. Dan had ik heel precies kunnen aangeven dat ik nood aan fysieke beweging heb, aan creatieve vrijheid, aan autonomie, aan informatie-overdracht, aan samenwerken met anderen met ruimte voor eigen inbreng, aan voelen en zien wat het resultaat is van mijn werk, aan inspraak, aan kennisverwerving, aan… (nu ja, al mijn sterke KernTalenten dus). Dan had ik gepaste acties kunnen ondernemen in mijn vrije tijd én aan op mijn werk kunnen ijveren voor wat ik nodig had. Dan had ik beseft dat mijn sterke gevoel voor rechtvaardigheid en mijn loyaliteit mooie waarden zijn op voorwaarde ik er zelf niet aan ten onder ga. Ondertussen ken ik mezelf aardig wat beter dan toen en kan ik antwoord geven op:

Wie ben ik? Wat kan ik? Wat motiveert me?

Het blijft zoeken, elke dag weer. Maar het fijne is dat ik ondertussen geleerd heb daarover te communiceren én actie te ondernemen als de situatie me niet langer te bieden heeft wat ik nodig heb om tevreden te zijn.

Dus, ik denk dat het raadzaam is te stoppen met vingerwijzen naar elkaar. Los van functie of rol, zijn we in de eerste plaats mensen. Mensen met gevoelens en behoeften. En als die vervuld worden, dan…

Have a happy working day,

Frouke

Bore-outcoach – boek: Vechten tegen verveling // VisueelVertalerbeelden op maat

2017-01-19T15:11:57+00:00

Er is één reactie

  1. Anna berg 20 januari 2017 om 14:58 - Antwoord

    Eigenlijk zou mijn directie dit moeten lezen. Jammer dat ik al 2 jaar niets van hen hoor.

Reageer op dit bericht